01De kuiltjes lopen meteen vol
Laat de saus zonder deksel pruttelen voordat de eieren erbij gaan. Trek met een lepel een spoor over de bodem: loopt er meteen een waterig laagje in, dan moet er meer vocht verdampen. Een dikke saus houdt een ondiep kuiltje even vast. Roer regelmatig en let op de bodem, in plaats van alleen het vuur hoger te zetten.
02De saus plakt of wordt te dik
Zet het vuur lager en voeg al roerend een eetlepel water per keer toe. Giet niet meteen veel water in de pan, want dat moet daarna weer verdampen. Bak knoflook en gemalen specerijen maar kort voordat je de tomaten toevoegt. Verbrande, bitter geworden kruiden herstel je niet door langer te koken.
03Controleer eiwit én dooier
Een deksel helpt de bovenkant van de eieren te garen. Kijk op laag vuur vooral naar het eiwit vlak rond de dooier: het mag niet doorschijnend of vloeibaar blijven. Voor volledig gare eieren moet ook de dooier stollen. Zwangeren, jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand kiezen het best voor volledig gare eieren.
04Meer porties vragen meer ruimte
Een pan van ongeveer 24 cm is bedoeld voor de vier eieren in het basisrecept. Meer eieren hebben meer oppervlak nodig, niet alleen een diepere laag saus. Gebruik een bredere pan of twee pannen. Vermenigvuldig de ingrediënten, maar bepaal de kooktijd aan de hand van de saus en de eieren.
05De saus vooraf maken
Kook de basis zonder eieren, laat snel afkoelen en zet binnen 2 uur in de koelkast. Bewaar in een afgesloten bakje op 4°C en gebruik binnen 2 dagen. Verwarm grondig tot de saus stomend heet is voordat je verse eieren toevoegt. Warm alleen de nodige portie op en verwarm restjes niet herhaaldelijk.
06Maak af vlak voor het eten
Voeg kruiden en feta vlak voor het serveren toe en houd bij het zouten rekening met de kaas. Geef brood er apart bij, zodat het niet vooraf in de saus zacht wordt. Gaar spinazie en andere vochtige groenten eerder en laat overtollig vocht verdampen voordat de eieren erbij gaan.